Inversie

Ik vind Sylvia Plath maar niks. (En dan bedoel ik de op 11 februari 1963 in Londen nogal gepland gestorven Amerikaanse schrijfster, en niet de vorige week nog met een onvoldoende voor haar wiskundeproefwerk beloonde, beugelloze accountantsdochter uit Wenen.) Begrijp me niet verkeerd, ik kan Sylvia’s werk eindeloos beter waarderen dan bijvoorbeeld de hysterisch feministische boeken van Charlotte Roche, maar ik zou in ieder geval niet opstaan uit de dood om het geheel eens rustig helemaal door te nemen. Telkens als er iemand met mij over de poëzie van Sylvia Plath gaat babbelen, moet ik geduldig tot tien nummeren en daarna rustig aftellen.
Ook altijd als ik met mijn hondje, een op de grondslag van de in de boeken van Rien Poortvliet geopenbaarde ordening levende Rhodesische pronkrug, ga wandelen en over Sylvia Plath begin, zwijgt hij altijd in alle talen. Hij heeft dus hetzelfde probleem met de dichteres als ik.
Misschien komt het omdat de verlichting in mijn wc te wensen overlaat, waardoor ik kostbare tijd om extra poëzie te kunnen lezen verlies, maar wellicht komt het gewoon omdat ik nooit een dochter ben geweest.
Mijn grote hoop is dat mijn dochters hoe dan ook niet onder de indruk raken van Sylvia Plath. Om dat te bewerkstelligen voed ik ze op met het idee dat er sowieso geen lyriek in de wereld bestaat; je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. Ik probeer in onze dagelijkse omgang zelfs rijm ten zeerste te vermijden. Maar er zijn daarnaast nog meer fenomenen die poëzie poëzie maakt: dingen als alliteratie, assonatie, metrum, regellengte en strofe-indeling kunnen allemaal gebruikt worden. En dan hebben we het alleen nog maar over vorm.
Inhoud draagt met een bepaalde zekerheid ook bij aan de dichtkunst, al is het werk van Sylvia Plath daar niet in alle opzichten een goed voorbeeld van. Dat ze wanneer ze ook maar de kans krijgt zo dweept met het sterven en het gestorven zijn werkt juist averechts in dezen. Statistici hebben namelijk aangetoond dat Sylvia na haar dood stukken minder productief was als dichteres dan ervoor. Sterker nog: na 11 februari 1963 heeft Sylvia geen enkel dichtstuk meer aan de wereld afgeleverd. Zelfs niet: “Want dichten is liggend leren te staan. Met als achtergrond de geur van methaan.”