Groepsactiviteiten #1 (ぶっかけ)

Eén ding is zeker. Wie aan bukkake doet, is niet niet eenzaam. Bukkake, de Oosterse metavariant op het Oud-Hollandsch budblaffen wint in deze dagen van de wereldwijze financiële crisis zichtbaar aan terrein. Het is een gezellige en sociale activiteit die een zeer versterkende werking heeft op de band tussen de deelnemers onderling. Als bedrijfsuitje is het daarom zeer geschikt en de trend binnen het Westerse bedrijfsleven zal naar verwachting dan ook zeker nog een tijdje doorzetten. Goed nieuws!

Maar goed nieuws heeft ook zijn keerzijde. Het aantal bukkakeincidenten is in de afgelopen twee jaar met een factor 2,634 toegenomen. Het gaat hierbij zowel om kleine incidenten (dichtgeplakte ogen, neusgaten of oren) als de ergere gevallen die zich gek genoeg vooral bij de bukkakende en niet de bukkakee voordoen. Het aantal mannen dat is uitgegleden over zijn (of iemands anders) zaad en daarmee lelijk ten val kwam rijst tegenwoordig de pan uit. Om over besmettelijke ziektes als balroos en zaaduitslag nog maar te zwijgen.

My finity, infinity, divinity

O, wakin’ me up in the world; with a shovel;
Takin’ me apart, apart; takin’ me apart, apart…
Writin’ novels about fuck; but it’s a novel;
Killin’ you and you and you and you; well, it’s a start!

Givin’ everybody a needle; to see I’m dead for sure;
Stickin’ it into your girl; what does her dad say?
Throwin’ up in the train; couldn’t reach the door;
Stickin’ it into myself; you know I’m dead, hey?

Hey say, wakin’ up in your trousers; and what the room say?
Seein’ talkin’-abouzers; I’m gonna leave, yeah?
Got my head up ahead; but do my neck know?
Landin’ head down first; into the front row!

Takin’ to a fuckin’ and suckin’ spotlight; into the season;
Takin’ the bitch from the beach; and put the cheese in;
And, never tellin’ the truth; because me mom know!
Well, do the ‘cripple’ now; then the fandango!

Teha, yo, starin’ up strong; and keep your eyes hidden;
Your hands are cut off; you have lost biddin’;
It is raining outside; inside you do snow;
Peter Gabriel’s here with his album; and so?

Boom
Shack
Ability
I’m goin’ in now
Boom
Shack
Ability
I’m gonna win now

Hip Hug Her

Van de kinderen in Jelles klas die niet konden rekenen waren er dertien in een dozijn. Jelle kende hen natuurlijk niet allemaal, want er zaten wel tien kinderen in zijn klas. Huub vond hij wel aardig. Huub was vanaf de eerste schooldag al ziek thuis. Iets aan zijn nieren of zo. Later werd Huub van school gestuurd. Hij zou zijn ziekte van iemand afgekeken hebben. Het hele gezin van Huub was belachelijk begaan met de gesteldheid van Huub. Petra, de zus van Huub, ging zelfs geheel zonder enige vorm van eigenbelang de prostitutie in om geld bij elkaar te sparen voor een rij dure operaties voor Huub. Petra bleek echt een natuurtalent, maar haar gave werd overschaduwd door het talent van haar oudere broer Simon. Deze was namelijk ernstig goed op de basgitaar. Hij zei altijd: ‘Een gewone gitaar heeft zes snaren. Een basgitaar maar vier. Dus op een basgitaar moet je vijftig procent sneller en beter zijn!’
‘Volgens mij maar een derde,’ zei Dirk, de gitarist van Simons band, op zijn beurt dan altijd.
Toen Jelle zanger van Simons band, genaamd The Rolling Bricks, werd, diende Yorgo de drummer tijdens de wekelijkse werkbespreking een voorstel in om alleen nog maar instrumentale nummers te spelen. Vooral Jelle was hier blij mee. Hij kon namelijk totaal niet zingen. Wel beter dan zijn schoenen strikken overigens.
Het beste nummer van The Rolling Bricks was toch wel een cover van het swingende “Hip Hug Her” en hier namen ze dan ook een singletje van op. Frankie uit de Dwarsdwarsstraat kocht het singeltje en kreeg, toen hij het opzette, ineens erg veel zin en tijd om naar de wc te gaan. Op de wc bleek dat hij allebei zijn nieren had gescheurd.


Verbeterd en aangepast: Af- en toestand (http://wp.me/p27bxo-Oe)

Vleesmaffia

Gisteren stierf Jakobus, mijn varken. Ik heb een paar jaar voedseltechnologie gestudeerd en Jakobus maakte deel uit van mijn afstudeerproject, mijn plan om het voedselprobleem in de wereld voor eens en voor altijd op te lossen. Centrale vraag was: waarom zou je een dier moeten doden om er vlees vanaf te halen?
Varkens bijvoorbeeld zijn slimme dieren en begrijpen echt wel dat een plakje schouderham op een wit broodje met boter niet te versmaden is, maar dat ze daarvoor eerst dood aan een haak moeten hangen, vinden ze minder grappig.
Ik kocht een varken (Jakobus), leerde hem praten en toog vol trots naar mijn afstudeerbegeleider.
‘Ik heb zin in een broodje schouderham. Mag ik een plakje van u afsnijden?’ zei ik (tegen het varken, niet tegen de afstudeerbegeleider).
‘Wat zegt u?’ zei Jakobus.
‘Mag ik alstublieft een plakje schouderham van u afsnijden?’ verbeterde ik mezelf.
‘Het magische woord!’ zei Jakobus. ‘Ga gerust uw gang!’

Ja, altijd beleefd zijn tegen varkens. Varkens zijn daar uiterst gevoelig voor!
Mijn afstudeerbegeleider vond het zichtbaar niks en schreeuwde naar me dat ik nooit zou afstuderen of voedseltechnoloog zou worden.
Jaren later kwam ik erachter dat mijn afstudeerbegeleider bij de vleesmaffia zat, maar toen was ik alweer veel te druk bezig om komkommers te leren klaverjassen.