Dialoog 3: Sportviswinkelverkoper en klant

Visscher

Sportviswinkelverkoper: Goedemorgen meneer.

Klant: Goedemorgen sportviswinkelverkoper.

Sportviswinkelverkoper: Waarmee kan ik u van dienst zijn?

Klant: Nou, ik was vorige week op Aruba, overigens mijn zestiende vistrip dit jaar, om Bultkop Papgaaivissen, ook wel Bolbometopon muricatum genoemd, te vissen. Maar toen ik er één aan de haak sloeg brak mijn SHIMANO Tiagra XTR-A Stand-Up in tweëen. Die beesten zijn immers tegen de 50 kilo en dat kon deze hengel blijkbaar niet aan. Ik zou dus graag een nieuwe hengel willen hebben en een nieuw molentje want de SPRO Accurate Twinspin TS30 was ook al doorgeroest.

Sportviswinkelverkoper: Zo, dat is niet zo mooi. Ik hoop dat het weer wel een beetje mee zat?

Klant: Ach, het stormde, maar dat maakt me niet zo veel uit. Ik heb namelijk waanzinnig veel viservaring weet u. Afgelopen jaar ben ik zesentachtig keer weggeweest naar alle uithoeken van deze planeet. Ik heb onder de meest barre weersomstandigheden gevist en kan zelfs in een orkaan nog grote vissen vangen, mits ik een goede hengel heb natuurlijk, hahahaha.

Sportviswinkelverkoper: Dat is inderdaad wel belangrijk, ja. Heeft u al iets op het oog?

Klant: Ja, ik zou graag de Tiagra XTR-A Trolling zien.

Sportviswinkelverkoper: Dat is een goede keuze, ik ga hem even voor u halen, één moment.

Klant: Oke. Kunt u gelijk een Dendou-Maruf-molentje voor me meenemen?

Sportviswinkelverkoper: Goh, nog zo’n uitstekende keuze. U heeft er echt verstand van hè?

Klant: Meneer, ik vis al mijn hele leven en mijn familie bestaat al sinds de 14e eeuw uit vislieden. Het zit mij in het bloed, zo gezegd.

Sportviswinkelverkoper: Ach vandaar. Ik ben zo terug.

(even later)

Sportviswinkelverkoper: Zo, kijkt u eens meneer.

Klant: Schitterend! Wat kost dat?

Sportviswinkelverkoper: Dat komt totaal op € 1345,95 meneer.

Klant: Oke, kan ik pinnen? Ik moet van mijn loon af dat ik afgelopen maand op de Noordelijke IJszee bij elkaar heb gevist.

Sportviswinkelverkoper: Gaat uw gang.

Klant: Overmorgen ga ik op de Stille Oceaan steenvissen vissen en de week erna ben ik te vinden op het Aralmeer, of wat daar nog van over is. De Euraziatische binnenmeren staan bekend om hun heerlijke vissoorten. Overigens is het onder het ijs van de Noordpool ook goed vissen hoor, alleen is het daar wel ijzig koud!

Sportviswinkelverkoper: Ja, dat kunt u verwachten, hè. Kan ik anders nog iets voor u betekenen?

Klant: Nee, dank u. Dit was het wel eventjes. Anders komt u binnenkort een keer bij mij langs om mijn driehonderdeenenveertig fotoalbums  van mijn visavonturen te bekijken?

Sportviswinkelverkoper: Nou graag!

Klant: Fijn zo, dan kunt gelijk mijn gigantische zeevissenaquarium zien met vijfennegentig zelf bijeen geviste dieren bekijken. Weet u trouwens wat ook een fijne zeedierensoort is om op te vissen?

Sportviswinkelverkoper: Nee?

Klant: Mossels!

Chairman of the bored (deel 2)

De juiste mengverhouding vinden was nogal moeilijk als je alleen maar met priemgetallen mocht werken. Na veel passen en meten (de mengverhouding van water was overigens sneller gevonden: 1 deel zuurstof op 2 delen waterstof) verdeelden onze helden zich in twee kampen. Het ene kamp, met Pelle als aanvoerder, vond de mengverhouding 2:11 het beste. Het andere kamp, met Rick als aanvoerder, ging voor de verhouding 2:13. De boerin was de jury.

“Ik vind ze allebei even goed!” zei de boerin.  “Jullie zijn allebei winnaar.”

Een uiterst onbevredigend antwoord voor beiden. Ze hadden allebei immers de vurige wens om de exclusieve winnaar te zijn. Goed beschouwd, het ging om een potje wie het beste aanmaaklimonade kon aanmaken maar ook minder serieuze dingen kun je heel serieus nemen.

Uit fanatisme besloten Pelle en Rick de boerin daarom maar om te brengen. Van haar huid werd een prachtige lederen rugzak gemaakt, er was zelfs genoeg huid om er een speciaal vakje voor een mobiele telefoon van te maken. Een pracht van een rugzak die, en dat was nog wel het allermooiste, geen enkele allergische reactie bij Rick opwekte. Rick was werkelijk dolgelukkig met zijn rugzak. Precies op ooghoogte had Pelle de boerinnenanus verwerkt waardoor Rick vanuit de rugzak de hele wereld kon aanschouwen. Al knabbelend op een stukje boerinnespek liet hij zo de wereld aan zich voorbij trekken.

“Volgens mij hebben we iets verkeerd gedaan, ” zei Rick opeens.

“Hoezo?” vroeg Pelle geïnteressseerd.

“Nou, ik bedenk me dat één helemaal geen priemgetal is en dat water hebben we in een 1:2 verhouding gemaakt. Henri Lebesgue mocht het misschien dan nog wel als een priemgetal zien, maar dat was in 1899 en die tijden zijn veranderd. Een beetje priemgetal is tegenwoordig wel meer dan één.”

“Schiet mij maar lek, ” zei Pelle.

“Zonder pistool is dat voor een arme verdwaalde kogel als ik schier onmogelijk.”

“Dat is waar ook,” zei Pelle enigszins afwezig.

(wordt vervolgd)

Leonard Cohen Style (reprise)

I need my first commandment first
Before I thrill and do my worst
I’m lying here
In my old favorite you
I had to spill my cup of thirst
My dream it wouldn’t have me nursed
It burst in red and then went into blue

My life is an absorbing bin
Just put more of that litter in
You’re feeding me
But I don’t taste the peach
Today was like it’s always been
The wonder it is in the sin
I’m picking up the thing I cannot reach

Who told you what the others dare?
I think mostly they are unaware
You’re laughing now
And painting me a face
I went up just to get some air
You told me you were never there
And you precisely said the time and place

Those people here, o, they’re afraid
They think their beds will soon be made
I’m watching here
At my old favorite you
I had to pass the butcher’s gate
He made his joke and made me wait
But finally my patience got me through

Dialoog 2: Backer en herbergier

Herbergier:  Goedenmorgen backer

Backer:  Goedenmorgen herbergier, werklyck een pragtig weertjen is het niet?

Herbergier: Nou, wel seeckers, de Son laet sich zien desen ochtent.

Backer: Hoopelyck sal dat zo blyven vandaegh. Hier heb ick uw bestellingh.

Herbergier: Ah, danck u wel myn heer. Waer syn den brootjens met Amerikaansche filet met ajuinen?

Backer: Ach ja, dat is waer oock. De filet was bedorven al waere het een rottent lyk. Het stonk een uur in den wind. Maer in plaets van filet heb ik Spaansche gehaktballentjes met looksaus in den mand gedaen. Ick mag hoopen dat u hiermede oock accoord kunt gaen?

Herbergier: Nou eigenlyck moet ick u bekennen dat een onzer gasten speciaal daerom gevraagt heeft. Maer wellicht dat hy er geen probleem van maeken sal. Belieft u wellicht een glas kola?

Backer: Nou gaerne, de son staet juist aen den hemel en het is hier subiet gelyk een der ovens in myn backery. Maer ick belief geen ysklonten, een rietjen is echter welcome.

Herbergier: Als het u belieft mynheer backer. Dat hem u maer goede smaeken sal.

Backer: Danck u wel, herbergier. Is u het laetste nieuwsch al ter oore gekoomen?

Herbergier: Neen, vertelt u my eens, wat doet er op den straet den ronde?

Backer: Wel, een onzer regenten is gewygert Engeland te betreden alwaer hij een toespraeck wilde houden voor het parlement aldaer.

Herbergier: Meent u dat nou, backer? En waerom dan wel?

Backer: Nou, het is geloof ick als volgt. Den regent genaamt Gerardus Wildersch had een praetje willen houden alvoor het parlement betreffende syn visie op het geloof der Moren, oockwel Islaem genoemt wordende. Nou syn den parlementariërs in Engeland bevreest dat er oproeren uytbreecken sullen als Geert zyn verhael doet.

Herbergier: En waerom dan wel? Waerom zyn zy daer so bevreest voor?

Backer: Wel, er woonen groote aentallen muzelmannen in Engeland en dezen luyden hebben gedreigt met oproer mocht mr. Wildersch syn verhael komen doen. Het parlement heeft beslooten geen risikoo te neemenem Geert alby den haaven tegen te houden en hem huyswaerts laeten keren.

Herbergier: Dat is niet zo mooy backer. Het syn me daer tog een stel schyterts aen den ooverzyde der Noort See.

Backer: Dat heeft u mooy gesproocken herbergier, zo ist maer net.

Veelzijdig vierkant

Gerlach was een slechte uitvinder. Zo vond hij ooit een ding uit waar je je schoen makkelijker mee aan kan trekken. Dat bestond al. Hij vond een soort van vloeistof uit waar je je auto mee kunt laten rijden. Dat bestond al. En hij vond het meest veelzijdige stukje vlees uit, maar dat bestond dus ook al.
“Het wordt tijd dat ik eens iets ga uitvinden dat nog niet bestaat!” zei Gerlach op een dinsdagmiddag tegen zichzelf. Jammer dat niemand het hoorde, want anders had iemand het wellicht opgeschreven.
Gerlach toog naar de schuur en gooide wel een kwartier lang met ratels en bouten. En toen had hij het (of de)! “Er bestaat namelijk nog geen haatcampagne tegen Bart J.G. Bruijnen,” zag Gelach in het licht. “En Bart J.G. Bruijnen is nogal een eikel en bovendien de slechtste dichter ooit.”
Een half uur later was Gerlach bij de copyshop. Het was een mooie poster, al keek het varken dat Bart in zijn kont aan het neuken was niet echt blij. Maar hee: met Photoshop ben je ook maar behept met twee armen en twee ogen!
Zodra de eerste poster opgehangen was duurde het minder dan een dag of zes dat Bart J.G. Bruijnen echt door de gehele mensheid gehaat werd.
Maar dat bestond al.
Een nog slechter uitvinder dan Gerlach, Nfuku genaamd, bedacht al in 1983 een haatcampagne tegen Bart J.G. Bruijnen. Ogenschijnlijk leek het weinig succes te hebben, maar Nfuku is er wel stinkend rijk mee geworden.

Een kind kan de was doen

Een kind kan de was doen
Een kind kan namelijk de was doen
Een kind kan feitelijk de was doen
De was doen kan een kind

Wat er was kon een kind toch?
Wat er was kon een kind
Een kind kon wat er was
Een kind kon, een kind kon

Als was smolt een kind altijd
Een kind altijd als was
Was was altijd voor kind’ren
En dat het niet mag pas pas

In één woord: helemaal te gek!

Weinig mensen weten dat Henny Huisman in werkelijkheid Jelle heet. Henny Huisman is niet eens een artiestennaam. Niemand kon Jelles naam onthouden en iedereen noemde hem bijvoorbeeld Geert, Jan Willem, Peter, Henk of Theo. Om verwarring te voorkomen is toen maar unaniem besloten dat Jelle Henny moest heten. En zo geschiedde.

De rest is geschiedenis. Vanaf zijn tiende is Henny al bezig met muziek maken. Margriet Eshuijs, die toen nog als een jongen genaamd Henny Eshuijs door het leven ging, had haar eerste homoseksuele ervaring met Jelle. Dit was zo traumatisch dat hij psychisch in de war raakte en vrouw werd. Henny boeide dat allemaal niet zo erg. Hij was vooral bezig met seks, drugs en rock ‘n roll op de seks, de drugs en de rock ‘n roll na. Hij neukte wel maar dat was als vrijwilliger bij ‘Het Trisomietje’ een instelling voor homoseksuele geestelijk gehandicapten.

In de muziek wil het ook maar niet vlotten met Henny. Het nummer ‘mijn harde kut is gemaakt om jou keihard mee te neuken’ dat Henny in 1971 schrijft, slaat allerminst aan en niet veel later komt Henny er op de koop toe achter dat hij geen vrouw is maar een man. Zijn ouders vertelden hem ook nooit wat! Op dat moment staat even zijn hele leven op de kop. Een lekker bord havermoutpap maakt echter meteen veel goed.

Eerst gaat hij hier en daar wat drummen en vervolgens begint hij een schitterende discjockeycarrière waarbij in de vele provinciale discotheken die Nederland rijk is zijn platen ten gehore mag brengen. Toch mist Henny wat. Hij houdt van muziek, maar hij houdt ook zo veel van kinderen. Dat combineren is erg lastig want kinderen kunnen geen muziek maken. En Henny wordt agressief van kinderen die slechte muziek maken. Dus wat doet Henny? Hij bedenkt de playbackshow!

Die rest is pas écht geschiedenis. We hebben het immers over de gouden dagen van Henny Huisman. Alles wat Henny aanraakt, verandert in goud. Het duurt dan ook niet lang voordat Henny zelf zijn opus magnum schrijft: snuitje. Het nummer is, zoals bekend, een subtiele metafoor voor de cocaineverslaving waar hij zo lang mee geworsteld heeft. Het spitsvondige, compromisloze rijmschema in combinatie met het ophitsende en frivole metrum laat zich zo magistraal begeleiden door de schijnbaar eenvoudige, doch zeer complexe en versatiele muziek waardoor een perfect harmonieuze samenhang wordt gecreeërd die -zonder de genialiteit ervan te kort te doen-  met geen woord te beschrijven is, al had je alle superlatieven ter wereld tot je beschikking. Een pareltje uit de Nederlandse muziekgeschiedenis.

Later gaat het mis. Henny gaat ineens geloven in God. En dat terwijl God herhaaldelijk de aantijgingen dat hij Henny’s vrouw zou neuken in alle toonaarden heeft ontkend.

De rest is toekomst.

Carnavalslief en -leed

Ik kwam laatst bij de slager
En toen zei hij: hee, meneer
Wil u soms een worstje
Want het doe echt heus geen zeer

Ik zei toen: ik ben heel erg
Vegetarisch opgevoed
Ik kan wel tegen sperma
Maar ik kan niet tegen bloed

En toen zongen wij in koor:
We drukken de bagger erdoor!

Hee, homo’s dat zijn meisjes met een handvat
Hoeren dat zijn meisjes met een gat
Dit is dit, leve de lol
Dikke lul en dat is dat

Toen ging ik naar de bakker
Zelfs met mijn allergie
Ik sta graag in de stront
Maar niet tot aan mijn knie
Ik zei: een worstenbroodje graag
Met koren en ook kaf

Hij zei: dat is de laatste dan
De kop is er nu af

En toen zongen wij in koor:
We drukken de bagger erdoor!

Hee, homo’s dat zijn meisjes met een handvat
Hoeren dat zijn meisjes met een gat
Dit is dit, leve de lol
Dikke lul en dat is dat

Ja, ja, ja…

Hee, homo’s dat zijn meisjes met een handvat
Hoeren dat zijn meisjes met een gat
Dit is dit, leve de lol
Dikke lul en dat is dat

Dialoog 1: Karim en Rachid

Karim: Ewa, zaghbi! Alles goed jongen?

Rachid: Zeker jongen, helemaal goed man, je weet toch.

Karim: Moet je niet naar school?

Rachid: Tfou, fuck school man. Kanker flikkers daar jongen. Weer geschorst man.

Karim: Wat dan, eh?

Rachid: Wholla, je weet toch. Die leraar Hans, van Nederlands, geklapt man. Kankerhard, je weet toch. Klootzak wilde niet luisteren.

Karim: Hoezo dan?

Rachid: Aah, joh, ik wilde mijn cijfer bespreken man, maar hij wilde niet luisteren. Hij zei: “Als je niet leer haal je ook geen goed resultaten”, ofzo man. Je weet toch?

Karim: Ja, zaghbi. Dat is lelijk jongen.

Rachid: En toen zei ik: “Ik kan toch over praten of niettan?” Hij wilde niet dus toen zei ik: “Hier voor je, kanker zemmel!” En ik sloeg hem op zijn oog. Toen rector erbij, je weet toch, alles man. Problemen jongen. Ibaesche erbij, alles. Thuis klappen gehad van m’n bok. Ben geschorst voor drie weken minstens jongen.

Karim: Eh man, misschien moet je gewoon stoppen met school jongen, da’s niks voor jou.

Rachid: Ik weet man. Ik ga nooit meer terug. Fok het gezag man. Kanker, tfou! Heb je gerro?

Karim: Nee, man. Ben gestopt, je weet toch. Wil beter gaan voetballen man. Moet aan m’n conditie denken. Zou jij ook eens moeten doen.

Rachid: Wholla! Fok jou man! Beter genieten van het leven, ja toch? Peukie, jonko, baco, alles jongen. Hoertjes, je weet toch.

Karim: Heb je euro, voor blikkie cola?

Rachid: Ja man. Ik zwém in geld jongen! Echt Tony Montana ben ik jongen, je weet toch!  Hiero, haal voor mij ook vriend.

Karim: Shoukran, zaghbi. Ben zo terug.