Soms heb je het

Soms heb je het gewoon. Van die idiote dingen die je dan krijgt. Zomaar, uit het niets en alsof het ook niets ís. Bijvoorbeeld die ongewenste folders in je brievenbus van ene Rachmann Derbalah die je belooft van die ene ziekte af te helpen waar je al zo lang last van hebt. Of een CD van Andre Hazes met zijn mooiste Oranje hits (“samen kunnen wij Europa aan”, je weet toch) die je op de markt in je klauwen gedrukt krijgt en later een reclame stunt blijkt te zijn van de plaatselijke doe-het-zelf-zaak. Ook kan je denken aan een rond metalen schijfje dat net zo groot is en net zo zwaar weegt als een 50 eurocent muntstuk. Heel handig voor je boodschappenwagentje of als je in de Letteren Bibliotheek bent en een kluisje nodig hebt. Je hebt er niet om gevraagd maar toen je eenmaal de functionaliteit van het rare ding doorkreeg dacht je: “AH!”. Nog zoiets: pennen. Ik was laatst op een beurs in het midden van het land. Bij elke stand kreeg je een pen (uiteraard met logo van de standhouder). En het bizarre is dat het nog werkt ook. Want als je over een paar jaar je bureau gaat verplaatsen en je vindt onder een dikke laag stof een pen, dan denk je: “Gatver, er wordt hier nooit iets schoongemaakt” of: “Tering, die pen is van die en die en die heb ik daar en daar vandaan”. Je blijft zo voor altijd verbonden met de standhouder die je met zijn zweterige klauw een pen in je handen duwt. Dan heb je nog eens wat.

Nederland gaat kapot aan de dienstverlening

voorzitter_bstaalMr. Boele Staal (van de Nederlandse Vereniging van Banken) zei onlangs in een interview: “Niet alle bankiers zijn boeven!” Het kan niet anders dan dat deze jurist hier bedoelt dat er absoluut bankiers zijn die boeven zijn, anders had hij wel gezegd: “Bankiers zijn geen boeven.”

Ik wil nog wel een stap verder gaan dan onze Boele. Volgens mij zijn namelijk niet alle dienstverleners boeven. En zelfs: niet alle boeven zijn dienstverleners.

Wat je op z’n minst van een dienstverlener moet verwachten is gedegen advies en expertise. Het enige wat een dienstverlener feitelijk hoeft te doen is zijn abstracte product goed verwoorden. Als een leek daar al niet van onder de indruk is, hoeven er geen verdere criteria te worden opgesteld.

Maar de schriftelijke communicatie van de gemiddelde bedrijfsarts, bijvoorbeeld, is zo ontzettend slecht dat als je het leest je je gewoonweg moet afvragen hoe iemand die zijn eigen moedertaal niet kan beheersen het wel in zijn hoofd haalt om te oordelen over andermans fysieke en psychische gesteldheid. Schrijven leer je op de lagere school. Als je als dienstverlener niet aan je klant kunt laten zien dat je dat niveau overstijgt moet je je afvragen of je jezelf nog wel serieus kan nemen. En dan zou je wel kunnen zeggen dat dat er feitelijk niks mee te maken heeft, maar ik vertrouw geen arts die een woordenboek nodig heeft om mijn diagnose op te schrijven.

Dat dienstverleners zelf enorm twijfelen aan hun eigen kunnen illustreren ze ieder jaar weer met een brief waarin ze verwoorden dat ze door allerlei maatschappelijke en economische oorzaken weer genoodzaakt zijn hun (uur)tarieven te verhogen.
Dienstverleners zouden wat respect kunnen kweken door eens in een brief te schrijven: door onze constant groeiende expertise, waardoor ons werk ons elk jaar weer makkelijker afgaat, kunnen wij ook volgend jaar weer onze (uur)tarieven verlagen…

Zeehondenpizza (pizza di cane di mare)

Het houden van zeehonden moet men niet te licht bevinden. Buiten het feit dat het natuurlijk verrekte lastig is om steeds maar weer bij het uitlaten van die mormels naar de bodem van de zee te zwemmen om de drol in een plastic zakje te doen, hebben zeehonden de aanleg om waardering op geen enkele manier te uiten.
Zo heeft Dierenwalhalla Ut Schrootje onlangs – op valentijnsdag! – geregeld dat zeehond Bulle werd herenigd met zeehond Alfons (van een bloedlijn die de tak van Bulle al vijf generaties niet meer had gezien!), maar het interesseerde zowel Bulle als Alfons geen ene kringspier. Als je binnenkort ‘ondankbare hond’ tegen iemand wil zeggen (omdat hij niet wil dat je zijn dochter neukt, of verzin zelf maar iets), zeg dan maar gerust ‘ondankbare zeehond’.
Toch was het niet altijd zo. Mensen boven de 150 onder ons kennen nog wel zeehond Patje met zijn trainer Radboud. Altijd lachen was dat!
Radboud zei dan: “Hee Patje, hoeveel sigaretten steek ik op?” En Patje ‘zei’ dan: “Aink!”
‘Aink’ betekent ‘een’ (vrij vertaald).
Als er weer eens een wereldtentoonstelling was stonden Radboud en Patje bij de ingang, en mensen kwamen echt van heinde en verre… Tot Radboud om gezondheidsredenen moest stoppen met roken. De hele act van Radboud en Patje was in een keer kapot. Maar ja, de dokter had het prima voorgeschoteld. Hij zei: “Radboud, zoals je nu leeft, met dat roken erbij, kun je misschien nog tien jaar furore maken en animeermeisjes in Las Vegas neuken, maar als je stopt met roken geef ik je nog zeker elf jaar, te leven in somberheid en ellende.”
De keuze was snel gemaakt. Een heel jaar!
Van Radboud heeft men toen nooit meer iets gehoord. Van Patje wel. Hij ging de accountancy in en probeerde nog het verleggen van ‘onder de streep’ te introduceren. In de pornoindustrie werd hier nog enigszins gehoor aan gegeven, maar verder leidde het tot niets.
In zijn nadagen werd hij overtuigd moslim en op zijn sterfbed liet hij zich tot het katholicisme bekeren. ‘Aink’ was zijn laatste woord.
‘Aink’ betekent ‘als Bulle en Alfons ooit bij elkaar komen, zullen de mensen wat meemaken’ (vrij vertaald).

Survival of the Fitna

Het was in de zomer van 1974 toen ik met mijn vrienden Jan Willem en Willem Jan op vakantie was in Schotland. Hoogtepunt was de nacht dat we kampeerden bij kasteel Urquhart aan Log Ness. Een monster zagen we niet. Er dreef wel een bierblikje in het water. Opmerkelijk was dat het een blikje Schultenbräu was. Je kent het wel, dat in goedkoopheid excellerende gerstennat wat de prijsdrukkende Duitse grootgrutter Aldi de plebejische man aan de man probeert te brengen.

“Survival of the Fitna,” riep Jan Willem uit het niets.

“Pe… pe… pedaa… pedaa… vuilnisbak, ” riep Willem Jan. We lachten alledrie. Mijn neus jeukte.

Ik wilde een boterham smeren met een dikke laag boter en wat bastaardsuiker maar vond niets anders dan een potje marmite. We aten de boterhammen met marmite, dronken drank en keken naar de sterren die bewegingsloos aan de hemel leken te staan. Het was niet koud maar af en toe deed een frisse bries mijn lijf rillen.

“Wie heeft er zin om nog een week te blijven?” Jan Willem leek oprecht met het stellen van deze vraag.

“Ik moet morgen weer aan de fitness, ” zei Willem Jan.

“Survival of the Fitna, ” riep ik.

Willem Jan en Jan Willem keken me raar aan.

Het was nog lang donker.

Kevin de foetus – vrijdag

Kevin had vandaag een beetje de chagrijn tussen zijn van zijn buurmeisje gestolen slipje en zijn te worden neus zitten. Zijn website verrassingsmenu.com liep niet naar behoren.
Kevins plan was simpel: niemand wil werkelijk waar een verrassingsmenu hebben. Het belangrijkste in het leven is per slot weten waar je aan toe bent! Nu dacht Kevin de gerechten van alle verrassingsmenu’s in alle restaurants in Nederland te verzamelen op de site verrassingsmenu.com, zodat de behoorlijke vent fijn uit kan gaan met zijn tietenbeest en zonder blikken of blozen het verrassingsmenu kan bestellen, omdat hij toch al op internet gezien heeft wat het voorstelt.
Vele spionnen had Kevin door het hele land in dienst en de site was belachelijk up-to-date, maar grote sponsors als Proctor & Gamble, Coca Cola of Naturapharma lieten het mooi afweten.
“Als het zo moet,” zei Kevin, “als ik niet eens genoeg geld verdien om me elke dag door een andere vrolijke, zestienjarige tweeling te laten pijpen, dan hoeft het voor mij niet meer!” Kevin ging slapen, en bij zijn ontwaken had hij zijn wereld weer in grip.
“Ik word striptekenaar. Ik ga de avonturen tekenen van ‘Snailman’!” Dat waren zijn laatste woorden voor hij naar de schuur rende, zo verklaarde buurman.

Kevin de foetus – donderdag

De dag dat de oud-burgemeester van Heidelberg met zijn buurman en daar de zwager van zijn vliering aan het repareren was, was het unieke, handgeschreven exemplaar van Nietzsches ‘Menschliches, al zu Menschliches’ – waarvan er slechts vier in de wereld waren – in Bredevoort al lang uitverkocht.
Kevin de foetus was op dat moment in Son om een seminar over hoe je een vakbond opricht bij te wonen en en passant de tweelingzus van een gerenommeerd vakbondsleider uit te wonen. Het was pittige kost. Je kunt entiteiten alleen maar organiseren als je hen dom en/of bang houdt. Als je daarbij ook nog eens de boodschap moet brengen dat het niet nodig is om dom en/of bang te zijn, moet je van goede huize komen.
Aanwezige medefoetus Rosemarie – wiens moeder overigens ook Rosemarie heette – was geboren (nou ja, ‘geboren’) in Goedehuize en dus zag Kevin in dezen een prima partner in haar. Drie uur later waren alle foeti van de wereld verenigd en rolden ze hun eigen sigaren.
Nu werd het gloeiendhard tijd voor Kevin om een kogelvrij vest te kopen. Voor stinkend rijke foeti is het namelijk behoorlijk ongepast om vesten met kogels te dragen, dat weet een kind!

Kevin de foetus – woensdag

De seconde nadat Kevin in de ‘kwart over drie’-show een item over het Antarcticareisgedoe van sir Robert Falcon Scott had gezien, was hij volledig in de ban van deze waanzinnigheid en toog zonder zelfs zijnen tandenborstel te pakken naar noord-Slowakije om van daaruit zijn geplande expeditie naar zuid-Polen voor te bereiden. Hij plaatste een advertentie in de plaatselijke courant voor gegadigden die een gegarandeerde dood tegemoet wilden zien. Er reageerden slechts een stuk of achtendertig Duitsers, maar die wilden stuk voor stuk per se na hun dood opgegeten worden.
Maar ja, daar had Kevin natuurlijk helemaal geen zin in en dus trok hij zijn antropologenjas aan om het fenomeen prostitutie in de contreien eens te onderzoeken. “Fascinerend,” schreef Kevin acht weken en een half maandsalaris van een part-time assistent-drogist later in zijn sociologielogboek, “het gehalte aan importvrouwen die hier hoereren is verdacht laag. De Slowaken moeten wel een erg hoge pet ophebben van hun eigen vrouwen. In landen als Amsterdam of Antwerpen zie je wel anders!”
Toen ineens herinnerde Kevin zich dat hij thuis het licht in de trappengang had aangelaten. Snel volgde hij het bordje ‘station’.

Archibaldo de woordgoochelaar

Zijn toch al in het slop geraakte goochelaarscarrière zat Archibaldo dwars. Je ouders noemen je niet Amazing Archibaldo (roepnaam Archibaldo) als ze willen dat je boekhouder wordt. En als je vader goochelaar was, je opa goochelaar was, je overgrootvader goochelaar was en tientallen overgrootvaders daarvoor waren ook goochelaar dan is de keuze voor jouw carrière impliciet al voor je gemaakt. Archibaldo wilde niets lievers dan een baan als magazijnmedewerker; het liefst op de emballage. Hij had wat met verpakking.

“Archibaldo de woordgoochelaar” verder lezen

CO2 printen

Please consider the environment before printing this e-mail

Die boodschap zie je tegenwoordig overal onder iedere fucking e-mail, vaak nog vergezeld van een of ander nichterig symbooltje en altijd in het groen. Oké, ik denk na over het fucking milieu en toch moet ik die fucking mail printen. En dan? Ik print het liefst in kleur; nog milieu-onvriendelijker. Het vervelende is dat ik die irritante groene tekst dan ook meeprint. Gelukkig heb ik een hele milieu-onvriendelijke roze markeerstift waarmee ik dat zinnetje dan altijd markeer. Dat vloekt lekker, godverdomme!

Nadenken over het milieu voordat ik iets ga printen? Zoek het uit. Ik bedenk me gewoon of ik die kutmail moet printen of niet. Wat heeft het milieu er nou mee te maken?