Peterprincipe

De eerste vuilniszak van een rol gooi ik altijd weg. Daar blijft namelijk steevast nog half zo’n sticker op zitten en dat is gewoon niet zo mooi. Ik geloof niet dat die handeling met betrekking tot mijn omgeving genetisch bepaald is. Eerder is het bepaald dat dergelijke zaken als genetisch ding geloofd dienen te worden. Maar daar doe ik niet aan mee, want dat soort afspraken, en eigenlijk alle afspraken, zijn sowieso bedoeld voor mensen die geen zin hebben om na te denken; en het is al erg genoeg dat die branche op elk willekeurig tijdstip van het leven een eclips van de rede veroorzaakt. Met voorschriften jongleren lukt zelfs het beste als je je hersenen een paar verstandjes lager zet. Mijn hondje, een om zijn rare grijns te verbloemen altijd met een vlag wapperende Noorse buhund, heeft niet eens een lagereschoolopleiding en zou wat dat betreft erg goed als controleur of zo kunnen werken. Geen hond die dat merkt! Sterker nog: eigenlijk alle onproductieve, incapabele figuren in onze maatschappij die zich uit pure frustratie met enkele onbeduidende, maar dure cursussen naar machtsposities hebben laten omscholen, zullen danig en zelfs onderdanig onder de indruk zijn van mijn hondje.
Een van de kenmerken van iemand die kennis via fors betaalde lezingen ‘gekocht’ heeft, is diens gebrekkige sjoege qua algemene ontwikkeling. En dat is jammer, want het komt maar al te vaak voor dat zo’n vogel toch – waarschijnlijk door diens ketting van afwijzingen – wil begrijpen wat de ander zegt. Maar hoe kunnen we borgen dat deze machtswellustelingen naast het volgen van hun onzincursussen ook nog hun intellectuele bagage naar een hoger peil brengen? Welke metingen moeten gedaan worden om te kunnen monitoren of dat proces wel goed loopt? En wat is het tijdspad?
Welnu, misschien kunnen we niet anders dan uitgaan van de zelfdiscipline van deze mensenkinderen, waarbij ik het volgende gereedschap om tijd vrij te maken alvast wil aanbieden: luister niet meer naar Pink Floyd. Dat levert mij tijd op voor extra ontwikkeling van grosso modo 6 uur per jaar, wat weinig lijkt, maar als ik, zeg, 300 jaar word, dan heb ik daarmee zo’n 1500 uur gewonnen. Dus ruim 60 volle dagen! Maar wil je per se toch naar Pink Floyd luisteren, gooi dan wel steeds het eerste nummer weg; dat heeft meestal nog overbodige noten.

— — —
welkomthuispagina.nl

Smetvlees

Telkens als ik in de poep grijp, heb ik de behoefte om mijn handen te wassen. Dat is gewoon een van mijn tics; daaraan doe ik niks. Om deze vorm van menselijk gedrag te ontraadselen, zijn er verschillende stromingen in omloop. Zo bestaan er psychologische theorieën, waarvan de overgrote meerderheid afkeer van vuiligheid als zeer gezond gedrag beschouwt, en er zijn spirituele theorieën, die smetvrees opvatten als een onverklaarbaar mysterie, als een mystieke ervaring zelfs. Hoewel er in de hedendaagse academische literatuur verschillende klassieke vlekkenaversietheorieën te vinden zijn, komen er drie als beste uit de verf: de ontladingstheorie, de superioriteitstheorie en de incongruentietheorie. Onder huidige verontreinigingsonderzoekers bestaat er geen consensus over welke van deze drie het meest reëel is. Voorstanders van elk van deze standpunten beweerden oorspronkelijk dat hun theorie in staat was om alle gevallen van viezigheidsweerzin te verklaren. Inmiddels is de algemene aanname echter dat de duiding van vuilwalging een overlap laat zien in al deze sets van grondregels.
Maar de keiharde wetenschap even buiten beschouwing latende, durf ik met opgeheven hoofd te beweren dat ik waarschijnlijk niet de enige ben die zijn handen graag van kak verschoont. Simultaan is het ronduit strontvervelend dat er heden ten dage zo veel uitwerpselen binnen handbereik te detecteren vallen. Dat kan overal en altijd zijn, bijvoorbeeld tijdens het kijken van een film over het lezen van een krantenartikel of tijdens het lezen van een krantenartikel over het kijken van een film. Ook in mijn achtste bijbaan heb ik er veel mee van doen: als ik soep maak voor mijn gasten, dan wil ik er uiteraard voor het opdienen nog even goed met mijn blote vingers doorheen roeren. Een echte kok zit namelijk altijd met zijn handen aan het eten. Ik als nette vent wil dan echter geen extra darmproducten toevoegen aan het voedzame afkooksel. Noem me maar een haarklover!
Toch blijft de vraag hangen waar die excrementen die tegenwoordig steeds meer te pas en te onpas opduiken allemaal vandaan komen. Mijn hondje, een uiterst milieuvriendelijke en radioactiviteit vijandig benaderende Tiroler brak, kan hier in ieder geval de schuldige niet zijn; die heeft als puppy al vrolijk en geheel uit eigen beweging zijn billen laten amputeren, dus daar komt geen poep meer uit.

— — —
welkomthuispagina.nl

Deelwezig

In de maanden voor Serge Gainsbourg zijn einddatum bekend liet maken, kwam het af en toe voor dat hij mij bij vergissing belde, en vanwege mijn miserabele Frans en zijn al helemaal belabberde Nederlands duurde het elke keer weer zeker drie kwartier voor hij begreep dat hij een verkeerd nummer had gedraaid. Maar deze telefonades waren altijd wel gezellig en bovendien een stuk leerzamer dan een gesprek via hetzelfde medium met een bedrijf in de quartaire sector. Dat het in laatstgenoemde geval lastig is om met de juiste persoon doorverbonden te worden is een soort zekerheid geworden, een vast punt waarvanaf men de wereld kan indelen – maar onlangs heb ik in dezen toch wel een nieuwe culminatie meegemaakt. Vorige week dinsdag was dat. Ik belde zo’n bureel vol schijnwerkers en ging meteen bij de eerste poging tot doorverbinden met mijn hondje, een zijn weerga maar al te goed kennende Noorse lundehond, wandelen; ervaring leert dat zo’n situatie doorgaans een half uurtje voor jezelf betekent.
Terug aan de telefoon kreeg ik te horen dat de betreffende mevrouw niet aanwezig was. Deze werkte namelijk parttime, en wel alleen in april. Ze had een contract voor zes uur per week, maar had het zo geregeld dat ze al haar uren van het jaar in één maand inplande. Of ik in april dus terug wilde bellen.
Ik probeerde nog heel voorzichtig om opheldering te vragen door te stellen dat op de glijdende schaal van handig tot onhandig deze personeelsbezetting voor het bestaansrecht van het kantoor toch dichter bij het woord beginnende met letter o zat. Ik kreeg echter geen bijval uit de luidspreker van mijn telefoon. Ook was er niemand in het hele bedrijf die mij verder kon helpen. Ja, er was wel iemand, maar die werkte alleen in juni, dus dan kon ik toch beter al in april terugbellen.
Half zingend op de wijs van Leonard Cohens Hallelujah deed ik nog een uiterst vriendelijke poging om met de uitleg van mijn benarde situatie een soort uitzondering voor elkaar te krijgen. Maar daar was geen ruimte voor. Want als ze zomaar voor iedereen een uitzondering gingen maken, dan waren ze de hele dag mensen aan het helpen, en dat kon toch nooit de bedoeling zijn.
Ik voelde mijn bloed tekeergaan en gaf het op. Facit: deze elementen van de hoi polloi geef ik alleen nog maar een hand als die aangetekend verstuurd is.

— — —
welkomthuispagina.nl

Gewenning

Toen mijn vorige notaris verhuisde, verbaasde me dat bovenmatig. Ik had namelijk niet lang daarvoor een aantal zaken bij hem vast laten leggen, maar die lagen blijkbaar toch zo los dat ze best verplaatst konden worden. Mijn hondje, een als ik het correct voorspel uitstekend in spelling zijnde mastiff, ging in die tijd zelfs eerder op zoek naar een nieuwe juridische stempelaar dan ik – en het zal niet de laatste keer zijn dat ik zijn raad opvolg. Met mijn huidige notaris heb ik trouwens een veel betere relatie dan met de voorafgaande; het is meer een soort symbiose. Als hij bijvoorbeeld om uitleg vraagt waarom zijn pizza na 220 minuten bakken op 15 graden nog steeds niet gaar is, stuur ik hem daarvoor ook gewoon een rekening.
Op mijn beurt regel ik verder bijna alles eigenlijk zo goed als gratis bij hem. Laat ik de handige en verdomd legale methode waarmee ik dat doe even met u delen: ik koop een plastic plant voor hem, een nepplant dus, en leg hem daarbij uit dat hij zeeën van tijd zal gaan sparen omdat hij het ding nooit water hoeft te geven. De twinkeling in de ogen van zo’n regeltjesminnaar die dan in zijn hoofdje probeert te rekenen is werkelijk onbetaalbaar! In ruil voor het cadeau krijg ik dan enigerlei nieuw aktetje. Hij heeft in zijn kantoor al vier vensters bij moeten laten maken om mijn planten allemaal een plekje te kunnen geven, dus zijn sympathie voor mij moet inmiddels welhaast grenzeloos zijn, zult u begrijpen.
Toch kan ik mijn perfecte maat niet altijd in de gaten houden, en zoals bekend hebben alle notarissen een verslaving. Bij de ene is dat dit, bij de andere is dat dat. Bij de mijne is het een hang naar autorijden. Maar gewoontevorming begint natuurlijk altijd onschuldig. Je maakt een lekker ritje met je automobiel naar de snackbar, je boemelt gezellig met je wagen een stukje in de wijk, van geen kwaad bewust toer en tuf je zo weken een beetje rond, en op een dag rijd je een drukke eenrichtingsstraat in en dan kan je niet meer terug.
Vandaar dat ik sinds pak ‘m beet elf dagen de praktijk van mijn notaris waarneem. Eigenlijk meer omdat ik vanuit het nieuwe raam in mijn keuken op zijn kantoor uitkijk. Nochtans hoop ik dat meneer de juristmans snel beter is; wisselen van notarissen en honden is iets wat mensen van nature immers niet graag doen – en niets menselijks is mij vreemd, tenzij ik het niet ken.

— — —
welkomthuispagina.nl

Penneveeg

De overheid moet er scherper en met een continu wakend fanatisme op letten dat mensen elkaar niet zomaar in de openbare ruimten en zo aanspreken. Vanochtend nog ondervond ik dat ik per ongeluk op de Straatweglaan een dorpsgenoot goedemorgen wenste, en daarmee dus diens aanwezigheid aldaar voor anderen kenbaar maakte; een ferme en zo goed als onvergeeflijke schending van zijn privacy, zoals u begrijpt.
Wie ook heel goed was in het verklappen waar mensen uithangen, was Dante. (Dante Alighieri bedoel ik dan, en niet Dante Dijkstra, de ’s nachts doofblinde kaasboer uit Gorredijk.) Via Dante weten we namelijk van een aantal historische figuren waar in de hemel of de hel ze zich verstopt hebben. Helemaal in het diepste puntje van het inferno, onderaan in de negende cirkel, blijkt Judas te zitten. (Judas Iskariot bedoel ik dan, en niet Judas Reijntjes, de eenarmige barman annex diskjockey uit Wageningen.) Judas, behorende tot het dozijn apostelen, had op een gegeven moment, om aan het eind van het jaar toch nog leuk op vakantie te kunnen, een handel in het verklikken van Jezussen, waarmee hij in korte tijd maar liefst dertig zilverstukken verdiende. Na één Jezus had hij echter al spijt, maar daarmee was het verraad uiteraard niet ongedaan gemaakt. (Voor de liefhebber: deze avonturen zijn opgetekend in bijvoorbeeld het evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 26 en 27.) Maar om die Judas hierna te verbannen naar een eeuwigdurend bivakkeren in de bek van Satan, terwijl die ook nog eens met zijn klauwen de huid van Judas’ rug trekt, vind ik een toch ietwat extravagante foltering – zeker omdat die meneer Iskariot in feite voorbestemd was tot het verlinken van z’n buddy.
Enfin, liever Judas dan ik, natuurlijk. Al hoef ik me sowieso niet druk te maken over het levenloze omdat ik gegarandeerd en onherroepelijk naar de hemel ga. En dat kan van mijn hondje, een nog steeds volgens de Franse revolutionaire kalender levende (en dus approximatief zeventienhonderdtweeënnegentig jaar tragere) dwergdashond, helaas niet gezegd worden. Die zal waarschijnlijk later nog wel een poosje zoet zijn met pendelen tussen de verschillende kringen van het adres der verdoemden. Hij blaft namelijk soms, zelfs zonder dat hij daar een opdracht voor gekregen heeft.

— — —
welkomthuispagina.nl

Hek- en werkverkeer

Tijdens het luisteren naar Vivaldi luister ik altijd graag naar Wagner, en onlangs luisterde ik tijdens de luistercombinatie Vivaldi-Wagner even naar het journaal. Ik hoorde onder andere over de nieuwe griepbelasting, die als voordelen heeft dat mensen minder vaak ziek zullen worden en dat de staatskas weer een beetje meer gevuld wordt. Mijn hondje, een van een afstand van tachtig meter op een vastkokende aardappel lijkende jackrussellterriër, heeft daar gelukkig geen last van; die heeft nooit griep. En daarom loopt hij ook te pas en te onpas fit en energiek rond te rennen. Hij heeft van rennen zelfs een sport gemaakt, met een enorme navolging. Het is mede door hem, volgens mij, dat we tegenwoordig aan de lopende band mensen over ons wegennet zien trekken met een modus die toch in ieder geval het vermoeden geeft dat ze iets of iemand willen vangen. Mij deert dat echter amper. Ik ben namelijk tegenwoordig met een heel andere sport bezig: hekken. Dat is dus het plaatsen van het hek op de openbare weg. Maar er komt natuurlijk meer bij kijken. Bij hekwedstrijden van nationaal niveau worden de hekken tot aan de snelweg op aparte weggedeelten geplaatst, waarbij de betreffende rijstrook zo mogelijk volledig moet worden benut. De plaats waar de deelnemers de volledige rijbaan voor hun traliewerk mogen gebruiken, wordt nog eens extra aangegeven met een 5 cm (50 mm) brede lijn en met een vlag van 1,50 m (1500 mm) hoog aan beide zijden van de weg. Bij subnationale wedstrijden maakt het absoluut niet uit waar op de doorgaande route de hekken worden geplaatst. Uiteraard gelden nog wat specificaties betreffende het te gebruiken materiaal. Zo mag de diameter van de horizontale buizen van het hek niet kleiner zijn dan 2 cm (20 mm) en niet groter dan 6 cm (60 mm). Bovendien mogen de pijpen niet voorzien zijn van banden of andere toevoegingen die het vastgrijpen zouden kunnen vergemakkelijken. Verder moet de breedte van het hekwerk minimaal 1,80 m (1800 mm) zijn en de hoogte 55 procent daarvan.
De mensen vragen weleens: ‘Moet dat dan per se altijd op de openbare weg, dat hekken?’
Het antwoord is dan steevast: ‘Ja, hekken is immers een serieuze sport, en de essentie van sport is nou eenmaal dat anderen er last van hebben.’

— — —
welkomthuispagina.nl

Kreeftskeerkring

Mijn chakra is naar de gallemiezen. (Ik ben, zoals men weet, geboren met maar een chakra. Zie het album Het Koortsige Koshervarken.) Het toeval wil dat mijn hondje, een aan een mix van coulrofobie en angst voor clowns lijdende jämthund, juist te veel chakra’s heeft, maar ik heb inmiddels begrepen dat een transplantatie te omslachtig zou zijn; bovendien is mijn hond niet bereid om de helft van de operatie voor zijn rekening te nemen, de vrek. Ik ben trouwens heel nuchter als het om dit soort concepten gaat – ik neem altijd meteen aan dat dingen die mensen als Helena Blavatsky claimen waar zijn. Zegt zelfs de tandarts van Aleister Crowley bijvoorbeeld dat een glazen muil onhandig is, omdat dan iedereen ziet wat je aan het eten bent, dan geloof ik dat stante pede. Zulke figuren doen niet aan sprookjes en ga ik dus niet tegenspreken, ook niet als ze inmiddels gestorven; wellicht zijn ze dan alleen nog maar gevaarlijker.
Nou heb ik het dus met energieplekjes in en op mijn lichaam minder getroffen, maar ik mag aan de andere kant van geluk spreken dat een Oedipusmoord mij bespaard zal blijven. Ik heb immers enkel dochters – en dus geen zoons die mij zouden kunnen ombrengen. Een treinreis geleden heb ik me door een man met vier zoons de zogenaamde oedipale waarschijnlijkheidsberekening uit laten leggen. Erg ingewikkeld natuurlijk, maar ik zal dit fenomeen toch even kort toelichten. Allereerst: bij nul zoons heeft het enkele reis naar de andere wereld gestuurd worden door je zoon een eventualiteit nul. Maar als de eerste zoon geboren wordt, is het toch echt belangrijk om als de wiedeweerga er nog een of twee of drie bij te fiksen. Dit puur om de kansen te spreiden. Om zeep geholpen worden kun je maar een keer, namelijk. Maar als je bijvoorbeeld vier zoons hebt en je bent met een van hen op pad, dan is de kans dat toevallig die zoon jou uit de weg ruimt nooit meer dan vijfentwintig procent uiteraard. Hoe meer zoons je hebt, des te beter het is voor je hart dus – als je ze tenminste wel zo veel mogelijk een-op-een benadert. En bij iets van honderd van die XY-kinderen is de kans om door een van hen voor eeuwig een smal bedje te krijgen inmiddels zo verwaarloosbaar dat je zelfs in zijn buurt even zou kunnen gaan slapen.
Toch kan het geen kwaad altijd in enige mate op je hoede te blijven en regelmatig de batterijen van je aura te controleren.

— — —
welkomthuispagina.nl

Schilderverf

Muren, deuren en doeken beschilder ik op een even expressionistische manier. Honderd procent dekking is voor mij bijvoorbeeld niet van belang, al meer dan driehonderd maanden. En ik vond vroeger de geur van olieverf zo aangenaam en interessant dat ik er alle tijd die in mijn agenda gereserveerd stond voor hobby ermee verdreef. Of het nu buiten regende, sneeuwde of stormde, maakte mij niet uit – ik was binnen aan het schilderen!
Ook als ik geen verf meer had, en als de buren kwamen klagen of het wat minder kon, klodderde ik onbevreesd door, en zelfs die ene keer dat de wereld verging, bleef ik gewoon aan mijn canvas werken. Tot de wijn op was, wellicht.
Wekenlang ben ik toen bezig geweest met een schilderij, getiteld “Waarschijnlijk zit Udo Lindenberg nu, ergens in Duitsland, dezelfde aflevering van Tatort te kijken als ik”. Uiteindelijk archiveerde ik het tableau bij de onopgeloste werken en ging ik concretere zaken als liefde, onsterfelijkheid en kennis in verf vertalen. Abstract werken is immers niets voor mij. Bovendien penseelde ik altijd met mes en vork – ik ben, zoals bekend, een nette vent.
Vorig weekend werd ik wederom door het kwastvirus geveld en ik besloot mijn hond, een per uur minstens vier keer naar de brievenbus lopende (en terug sjokkende) schillerstövare, te schilderen, maar die verf krijg je toch lastig uit zijn vacht, moet ik zeggen; het wordt tijd dat de voedsel- en warenautoriteit daar eens iets aan doet.
Je weet of je een goed schilderij gemaakt hebt als je meteen erna de aandrang hebt om er nog een te maken – als je er energie van krijgt, zeg maar. Maar het is dan wel belangrijk om te weten of je met positieve of negatieve energie van doen hebt. Want soms lijkt bijvoorbeeld neutrale energie positief, omdat ze omringd is met negatieve energie. Kwestie van contrast en zo. En daarom heb ik een vragenlijst ontwikkeld waarmee je precies kunt achterhalen of positief ogende energie ook daadwerkelijk positief is. De afvinklijst bestaat uit tweeëntachtig vragen, en dat is niet toevallig; de betreffende energieschaal loopt immers van min zevenendertig tot plus vierenveertig. En het lijkt misschien bureaucratisch en omslachtig, maar ik heb met dit systeem wel heel wat negatieve energie voor anderen kunnen laten liggen!

— — —
welkomthuispagina.nl

Mengeling

Al sinds ik het woord ‘prolegomena’ gebruik, maak ik mijn eigen notenmix. Min of meer noodgedwongen, voornamelijk geboren uit mijn afwijking van het hebben van voorkeuren. In de melange van Monaco Joy zitten naar mijn smaak namelijk te weinig macadamianoten, en de precies nul pecannoten in de potpourri van Nutty Beluga vind ik ook wat magertjes.
In mijn uiterst geheime compilatie zitten cashew-, wal- en paranoten (in gelijke delen), en vijftien procent amandelen. Ik vul dat dan bovendien aan met hooguit een dertigste deel rozijnen – meer niet, want ik vind die absoluut niet lekker. En om het af te maken gaat er een theelepel pinda’s in; een theelepel maar, omdat ik daar namelijk zwaar allergisch voor ben. (Het oorspronkelijke recept heeft daarnaast nog wat voetnoten, die ik hier niet ga onthullen, en wat tekeningen van de filosoof Kant.)
Mijn notenmengsel vind ik zo kostelijk dat als ik een enkel dingetje mee zou mogen nemen naar een onbewoond eiland, ik – liever nog dan mijn rugkrabber – een portie ervan in mijn knapzak zou knopen. Geen overdreven dosis, 500 gram is voldoende. Het is immers niet de bedoeling om jezelf vet te mesten op zo’n eiland. Ik neem trouwens aan dat ik mijn hond, een de bourgeoise filmcollectie van Ingrid Steeger verzamelende brandlbracke, sowieso mee mag nemen naar dat uitgestorven stuk wereld. Dat beest en ik zijn, zoals bekend, onafscheidelijk. Ik bedoel, hoeveel jaar heb ik die hond al?
Er zijn mensen die aan hun notenmengelmoes dingen als kastanjes en hazelnoten toevoegen. Maar dat is voor mij veel te hip en zo. Een zuivere notenvariatie pur sang moet juist alleen (of voornamelijk) peul- en steenvruchten of zaden daarvan bevatten; echte noten, in botanische zin, zijn bestemd voor salades, meen ik. Ik geef toe dat ik vroeger weleens geëxperimenteerd heb met beukennootjes, maar toen ik hoorde dat eekhoorns tegenwoordig zelfs minder wegen dan panda’s of neushoorns ben ik daar snel mee gestopt – ik wil uiteraard niet het wegkwijnen van een diersoort op mijn geweten hebben.
Gisteren nog legde ik aan mijn huisarts uit, overigens, dat het verhuizen naar een onbewoond eiland een uitermate effectieve remedie is om van je slaproblemen af te komen; er is dan per slot niemand meer in de buurt om te slaan.

— — —
welkomthuispagina.nl

Hengel

Of er onder u velen goed bevriend met of (verre) familie van de haring zijn, is mij niet bekend, maar ik meen toch mee te moeten delen dat ik gerookte makreel een stuk lekkerder vind dan het haringequivalent. Het maakt mij daarbij niet uit of het om de warm of koud gerookte variant gaat, dus of ik een kipper of een brado voorgeschoteld krijg, is mij om het even, en dat is mij dan weer een gelukkie, omdat ik anders tijdens mijn vele reizen weleens van een koude kermis thuis zou kunnen komen; in Engeland wordt een kipper immers koud gerookt en in Nederland juist warm. Het woord kipper is blijkbaar een soort internationaal homoniem. Ja, die toren van Babel heeft als je het mij vraagt toch voor heel wat verwarring gezorgd. Want neem nou dat spelletje met die zestien ballen. Poolbiljart, bedoel ik. Ik heb dat in mijn jonge leven toch al op verschillende manieren geschreven gezien: poulebiljart, poelbiljart, pullbiljart. Maar op nog wel meer manieren heb ik het spel ooit gespeeld. Opponenten hanteerden meer dan eens hun eigen afspraakjes, en die accepteerde ik dan maar. Het maakt immers niet uit of de ander twee of een keer mag spelen als de witte bal geput is. Evenzo is het voor beide partijen even nadelig als het veld bijvoorbeeld nat is; om dat gegeven dus als excuus te gebruiken bij verlies is plankmisslaand.
Laat ik een voorbeeld noemen. Ik speelde een keer tegen iemand – ik geloof dat het baron Van Casten tot Mühren was, maar dat weet ik niet helemaal zeker (er kwam in die kroeg van allerlei gespuis) – die vond dat hij na mij twee keer mocht, omdat ik hem had afgeleid. En dat terwijl ik alleen maar het tertiaire dopplereffect had toegepast! (Op zich had de man natuurlijk gelijk. Het tertiaire dopplereffect is enkel een zwischenzug om de schijn te wekken dat je met effect gaat spelen, puur om de tegenstander van zijn à propos te brengen. Biljart is immers pure psychologie, dat weet mijn hond, een onlangs door een aantal ratten besuikerde en met kaneel bestrooide affenpinscher, zelfs. Maar ik heb de regel van de baron later in geen enkel wetboek meer kunnen terugvinden.)
Het secundaire dopplereffect is overigens het fenomeen dat je elke keer als je een auto met sirene op straat tegenkomt aan het dopplereffect moet denken, maar dit terzijde.

— — —
welkomthuispagina.nl